Geweld tegen bekeerlingen
De afgelopen 20 jaar leerde ik enkele honderden mensen kennen die vanuit een moslimachtergrond tot geloof kwamen in Jezus en zich lieten dopen. Soms op wat afstand, soms trok ik jarenlang met hen op. Bijna allemaal kregen ze op een of andere manier te maken met verstoting door hun familie en bedreiging vanuit de moslimgemeenschap waarmee ze contact hadden. Hier in ons ‘vrije’ Nederland. Nieuw is dat trieste fenomeen dus niet, al is er pas de laatste jaren meer aandacht voor gekomen. Toch is er bijna niemand die om die reden spijt kreeg van zijn of haar stap om Jezus te volgen als Redder en Heer.
Veel bekeerlingen hebben minder behoefte om eens stevig de klok te luiden over het schokkende feit dat je in het vrije Nederland op je tellen moet passen als je de islam verlaat of bekritiseert, dan autochtone buitenstaanders. Het gaat om hun eigen familie en vrienden en ze kunnen zich soms nog goed inleven in de bijna automatische reflex om op te komen voor de eer van de groep. Zelfs jaren na hun bekering spreken velen van hen af en toe nog over ‘wij’ wanneer ze de moslimgemeenschap vergelijken met de rest van de samenleving. De islam heeft zich als godsdienst van de underdog verbonden met de identiteit van volken die hun positie op veel fronten ‘bevechten’ met het christelijke westen. Intussen weten steeds meer moslims dat het westen niet meer zo christelijk is, maar toch gaan ze er evenals conservatieve seculiere Europeanen vanuit, dat de Westerse cultuur sterk verbonden is met het christendom, waarvan de islam de tegenhanger is. Je laten dopen is dus kiezen tégen je eigen volk/groep. Wie zich na zijn bekering ook nog eens negatief uitlaat over zijn familie of de moslimgemeenschap, bevestigt die idee. Veel nieuwe gelovigen zien het daarom als een uitdaging om te laten zien dat het volgen van Jezus hen juist stimuleert om goed voor kwaad te vergelden en hun familie en kennissen juist eervoller te behandelen dan ze ervoor al deden. Juist die houding biedt kansen om hun islamitische omgeving te laten ontdekken dat de weg van Jezus Christus niet samenvalt met de cultuur en politiek van het Westen.Het is begrijpelijk dat Iraanse asielzoekers elkaar niet of zelden lastigvallen wanneer iemand zich laat dopen. De meesten van hen kwamen hier immers naar toe uit onvrede met het islamitische regime. Onder Somaliërs ligt dat bijvoorbeeld heel anders. Hun hechte clan-structuur en sterke verbondenheid met de islam, maakt het ook hier in Nederland erg moeilijk om christen te worden. De grootste groepen moslimmigranten in ons land, de Turken en migranten uit het Rifgebied van Noord-Marokko, hebben geen Arabische achtergrond en daarom is hun identiteit minder sterk verbonden met de islam. Bij hen speelt bij bekeringen vooral de vraag rond de loyaliteit aan de groep. Wanneer zij die christen worden volharden in een respectvolle houding tegenover hun familie, is er vaak na enkele jaren gaandeweg een verbetering van de verhoudingen. Ik heb de indruk dat onder de tweede en derde generatie moslims in Nederland moslim-zijn steeds minder een kwestie van het behoren bij de groep is en steeds meer een bewuste keuze (velen spreken zelfs van bekering). Dat heeft als neveneffect dat er ook meer ruimte komt voor andere bekeringen. Een derde deel van de migranten uit Turkije is Aleviet. Deze humanistische stroming wordt door soennitische moslims als afvallig bestempeld en heeft syncretistische trekken. Alevitische families zullen familieleden niet bedreigen wanneer die zich bekeren tot het geloof, maar juist met inhoudelijke argumenten proberen over te halen om naast de verering van Jezus ook de alevitische tradities in ere te houden.
Welke consequenties het heeft om christen te worden, wordt sterk beïnvloed door de houding van de directe familie. Schakelt die de moskeegemeenschap of een fanatieke neef of oom in om hun zoon of dochter weer op het rechte pad te krijgen, of kalmeert die de omgeving juist door er beheerst op te reageren? Wanneer er een hechte moslimgemeenschap is met sterke sociale controle doordat men geconcentreerd in enkele wijken bij elkaar woont, wordt er soms grote druk op een familie uitgeoefend om het afvallige familielid te corrigeren. Dit is des te triester wanneer zoon of dochter voor de bekering tot het christelijke geloof een losbandig of gewelddadig leven leidde, waar de gemeenschap kennelijk minder zwaar aan tilde. Gelukkig kennen we in Nederland geen ghetto’s zoals in Birmingham waar de invloed van moskee en fanatieke moslims alomtegenwoordig is en bekeerlingen bij voorbaat gedwongen zijn te verhuizen. Met name Turken en in mindere mate Marokkanen kwamen met groepen uit dezelfde dorpen in hun land van herkomst bij elkaar in dezelfde wijk in Nederland te wonen. Nog steeds zijn er steden met een hechte Turkse gemeenschap en is het voor hen die uit hun midden Jezus willen volgen, helaas toch vaak noodzakelijk dat ze tenminste enkele jaren in een andere plaats gaan wonen. De overheid zou zich meer moeten inspannen om dit bespreekbaar te maken, net zoals dat bij eerwraak gebeurt. Ook is het belangrijk dat de Nederlandse overheid geen integratieprogramma’s verbindt met moskeeën of islamitische verenigingen, omdat dit migranten met een moslimachtergrond bemoeilijkt om het huis van de islam te verlaten.
De reactie van de persoon in kwestie heeft vaak invloed op het al dan niet aanhouden van bedreigingen. Is de persoon makkelijk te manipuleren door bedreigingen, dan houdt dit vaak langer aan dan wanneer hij of zij consequent zijn/haar gedrag er niet door laat bepalen. Het inschakelen van politie is alleen dan verstandig wanneer het niet meer gaat om spontane pogingen om de bekeerling weer op het spoor van de islam te krijgen die geleidelijk weer overgaan, maar om wraak met reële fysieke dreiging. Voor buitenstaanders is dit soms moeilijk te onderscheiden, maar een overreactie van de christelijke gemeenschap kan een averechts effect hebben en het juist moeilijker maken voor moslims om toe te treden tot de christelijke gemeente.
Naming by shaming, misstanden proberen te veranderen door ze breed uit te meten, heeft in de oosterse cultuur vaak het omgekeerde effect. Wie het zwaar dogmatisch inzet en aan de kaak wil stellen dat elke moslim vanuit de Koran bezien wel gewelddadig móet zijn omdat Mohammed geweld gebruikte, geeft moslims geen kans om zonder gezichtsverlies op een ander spoor te komen. Zinvoller is het om in plaats van categorische verwijten, concrete misstanden te benoemen wanneer die zich voordoen en de moslimgemeenschap er juist op aan te spreken dat hun eer er in gelegen zou moeten zijn om hen die een andere weg gaan net zo te behandelen als zijzelf als moslim-minderheid door de samenleving behandeld willen worden.
Met het bovenstaande wil ik niet zeggen dat geweld tegen afvalligen geen islamitische wortels heeft. Dr. Fadel Soliman erkende bijvoorbeeld in mei j.l. tijdens het islam-congres in de RAI op vragen van moslimjongeren, dat het enkele feit van geloofsafval van de islam door alle vier soennititsche wetsscholen wordt gezien als een vergrijp dat gestraft moet worden met de dood. Maar, zo verklaarde hij, er zijn ook altijd wetsgeleerden geweest die stelden dat dit alleen gerechtvaardigd is wanneer de moslimgemeenschap in gevaar wordt gebracht. Ook hijzelf was die mening toegedaan. Andere moslimgeleerden voegen daar ‘geruststellend’ aan toe dat alleen een wettige islamitische overheid zo’n vonnis kan opleggen en dat die momenteel nergens voor handen is, zeker niet in Europa. Hoewel moslims vandaag Mohammeds rol als profeet en als staatsman uit elkaar halen, zien we toch in de Koran en de islamitische traditie dat deze met elkaar verbonden worden. Soera 8 en 9 leggen een koppeling tussen de fysieke strijd en de erkenning van de islam en het profeetschap van Mohammed. Het is daarom ook zorgelijk dat de organisatie voor islamitische staten (OIC) het handvest voor de rechten van de mens wil inperken en belediging van Mohammed strafbaar wil stellen. Het vormt een steun in de rug voor radicale moslims die de suprematie van de islam met geweld willen afdwingen en afvalligen binnen de wereld van de islam zijn dan het eerste slachtoffer. Daarbij past echter ook een relativerende opmerking dat de gedachte dat juist afvalligen binnen eigen gelederen gevaarlijker zijn dan de vijand van buiten, een gedachte was die moslims bij het ontstaan van de islam hadden leren kennen van het christelijke Byzantijnse rijk. Ketters zouden gedood mogen worden.
Misbruik van geweld is niet typisch islamitisch, maar typerend voor de gevallen mens die zijn eigen eer wil verwerven. Het is een intrinsiek probleem van de islam geworden omdat zij iemand die niets menselijks vreemd was ten voorbeeld heeft gesteld. Juist het kruis van Christus doorbreekt de spiraal van mensen die hun eigen eer ten koste van elkaar bevechten. We zien in het bijbelboek Handelingen dat de jonge christelijke gemeenschap wel protesteert tegen hun vervolging, maar er zich niet door laat verlammen. Ook dit verzet is immers door Jezus voorzien, Die hen verzekerd heeft dat Hij alle dagen met hen zal zijn tot de dag van zijn terugkeer. Het aan de kaak stellen van dit onrecht wordt daarom geen doel in zichzelf, dat blijft het goede nieuws van vergeving en verzoening dat ze ook hun vervolgers willen laten horen. Alle reden dus om op te komen voor het recht dat moslims in ons land ongehinderd Jezus kunnen aanvaarden als Redder en Heer, op een manier die ook andere moslims bemoedigt die weg serieus te overwegen.
Cees Rentier – directeur van de stichting Evangelie & Moslims (www.evangelie-moslims.nl)
terug
